Poëzie

Poëzieweek: ik las Zuurstof & Home body – thuis in mezelf

Gisteren is de Poëzieweek weer begonnen. Elk jaar staat de laatste week van januari in het teken van gedichten. En ik probeer ook elk jaar mee te doen door zelf een bundel te lezen. Dit keer las ik er twee: Zuurstof en Home body.

Poëzie lezen blijft lastig, vind ik, want ik heb eigenlijk standaard dat veel gedichten in een bundel me niet aanspreken. Maar sinds het lezen van Olijven moet je leren lezen heb ik het idee dat ik vooral gedichten mooi vind waar ik iets van mezelf in herken. Gedichten die over zulke specifieke gevoelens gaan, zoals bij Home body, vind ik daarom soms wat minder. Niet zozeer minder mooi, maar ik mis dan wel de herkenning. Hoewel ik het bij proza heel fijn vind om me te verdiepen in andere mensen, andere culturen, vind ik het dus bij poëzie fijn om mezelf terug te zien.

ik ben niet mijn slechtste dagen
ik ben niet wat mij is overkomen

-geheugensteuntje (uit: Home body van Rupi Kaur)

Daarnaast vind ik ook altijd de manier van gedichten lezen moeilijk. Bij een boek race ik over de pagina’s heen, spiek ik soms al vooruit als ik zie dat daar het mysterie wordt opgelost en voel ik me geen moment schuldig als ik de bladzijdes verslind. Bij poëzie heb ik echter altijd het gevoel dat ik te snel ga, alsof ik niet de tijd neem om een gedicht goed te lezen. Eigenlijk lees ik alleen de gedichten die me de eerste keer raken nog eens. De andere laat ik voor wat het is.

Onontkoombaar

dochter
niemand is geweven
voor het eeuwige leven

(uit: Zuurstof van Adriana Ivanova)

Ook vind ik poëzie lezen ergens vergelijkbaar met korte verhalen lezen, in de zin dat ik dat ook niet kan. Als ik een boek met korte verhalen lees dan vind ik het moeilijk om zo snel afscheid te moeten nemen van de personages. In een boek kan ik pagina’s lang met dezelfde personages optrekken en ze steeds beter leren kennen. Dat is misschien wel een van mijn favoriete dingen aan lezen. Maar bij korte verhalen mis ik dat dus. En het gevoel om elke keer weer opnieuw te moeten beginnen, nieuwe personen te leren kennen, vind ik niet leuk. Dat heb ik dus ook bij gedichtenbundels: zit ik net lekker in een gedicht, is het alweer voorbij.

slaap niet op
de deurmat
van jouw potentieel
wachtend tot er iets gebeurt
terwijl jijzelf datgene kunt zijn
wat er gebeurt

(uit: Home body van Rupi Kaur)

En dus laat ik poëzie snel links liggen. Tijdens de Poëzieweek vind ik het leuk om ermee bezig te zijn, maar de rest van het jaar zie je mij vaak geen poëziebundel lezen. Het is fijn om een mooie bundel in handen te hebben en kennis te maken met gedichten die gevoelens en gedachten zo mooi kunnen verwoorden, en om na het lezen nog eens terug te bladeren naar de gedichten die ik gemarkeerd heb. Ik kan er echt van genieten, maar ik kan het ook lastig en te vluchtig vinden. Het voelt als een leuk uitstapje tussendoor, om vervolgens weer terug te keren naar het oude en vertrouwde.

2 Comments

  • Reply
    Lalagè
    29 januari 2021 at 19:45

    Heel herkenbaar! En toch lees ik af en toe zulke mooie poëzie dat ik op zoek blijf naar meer gedichten die me iets doen.

    • Reply
      Anneke
      29 januari 2021 at 20:19

      Ik blijf ook zeker poëzie lezen!

    Geef een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

    %d bloggers liken dit: